Blog

6 minuten leestijd

Het Stanford Prison Experiment: wetenschap of psychologisch theater?

Gepubliceerd op9 januari 2026Geschreven doorMart Megens

In een snel veranderende wereld waarin mensen soms extreem gedrag vertonen, is het verstandig om terug te blikken op gedragsexperimenten uit het verleden en hier lessen uit te halen. Dit artikel bespreekt het Stanford Prison Experiment; misschien wel het meest beroemde sociaal-psychologische onderzoek van de vorige eeuw. In de kelders van de universiteit van Stanford in de Verenigde Staten begeleidde onderzoeker Philip Zimbardo in de jaren 70 een rollenspel tussen jonge mannen, waarin de ene helft werd aangewezen als gevangene en de andere helft als bewaker. Het liep alleen volledig uit de hand en moest voortijdig worden afgebroken. Het Stanford Prison Experiment ging de hele wereld over, maar tegenwoordig klinkt er ook kritiek.

Californië, 1971. Het is hartje zomer, je bent een jonge student die wel wat extra zakgeld zou kunnen gebruiken. In een lokale krant lees je een advertentie over een onderzoek naar het leven in een gevangenis. Er worden mannelijke deelnemers rond de twintig jaar gevraagd en als je meedoet kun je twee weken lang 15 dollar per dag verdienen. Fijn zomerbaantje, zo lijkt het. Je besluit mee te doen aan het Stanford Prison Experiment. Niet wetende dat er jaren later nog steeds boeken en films over zullen worden gemaakt. 

Het brein achter het onderzoek is Philip Zimbardo: een charismatische hoogleraar psychologie aan de universiteit in Stanford [1].

Individu versus systeem

Om te begrijpen waarom Philip Zimbardo het Stanford Prison Experiment heeft opgezet, moeten we kijken naar de wereld van de vroege jaren 70. De schaduw van de Tweede Wereldoorlog hangt nog steeds over alles en iedereen heen, ook over de wetenschap. Onderzoekers worstelen namelijk met de vraag hoe ‘normale burgers’ in nazi-Duitsland tot de gruweldaden in staat waren geweest die we vandaag de dag nog steeds allemaal kennen. Waren zij inherent slecht, of dwong de situatie hen daartoe?

Tegelijkertijd is de VS in deze tijd in de ban van de Vietnamoorlog en gewelddadige gevangenisopstanden, zoals in San Quentin en Attica. De publieke opinie is verdeeld; ligt het geweld aan de ‘rotte appels’ of aan de ‘rotte mand’? Oftewel: is het individu de boosdoener, of het systeem? Philip Zimbardo wil aantonen dat de situatie vaak krachtiger is dan de individuele persoonlijkheid.

Die behoefte komt niet zomaar ergens vandaan. Philip Zimbardo groeide namelijk op in de Bronx, een arme en ruige wijk in New York. Hier zag hij hoe goede jeugdvrienden soms het criminele pad bewandelden, terwijl anderen uit dezelfde omgeving dat pad oversloegen. Dit riep bij hem de vraag op of gedrag voortkomt uit het karakter van de persoon, of uit de situatie waarin men zich bevindt.

Arrestaties in de ochtend

Terug naar de zomer van 1971. De krantenadvertentie heeft gewerkt, want voor het Stanford Prison Experiment selecteert Philip Zimbardo 24 mentaal gezonde, stabiele studenten uit een groep van bijna honderd vrijwilligers. Met een muntworp wordt bepaald wie gevangene is en wie bewaker mag spelen. Philip Zimbardo zelf is niet alleen de hoofdonderzoeker, maar neemt ook de rol aan van gevangenisdirecteur.

Om de realiteit van een gevangenis na te bootsen, worden de gevangenen op een zondagochtend door de politie van Palo Alto verrast met een echte arrestatie. Eenmaal in de handboeien geslagen, brengen de agenten ze met loeiende sirenes naar de ‘gevangenis’ (een omgebouwde gang in de kelder van Stanford). Hier begint een systematisch proces van vernedering.

Afstand creëren

Gevangenen worden uitgekleed en krijgen een witte kiel met een nummer erop. Dit nummer is vanaf nu hun enige identiteit. Om na te bootsen dat ze kaal worden geschoren, moeten ze een nylonkous over hun hoofd dragen. Ook krijgen ze een zware ketting om hun enkel als constante herinnering aan hun status. Onder de kiel dragen de gevangenen geen ondergoed, om de vernedering compleet te maken.

De bewakers hebben identieke uniformen, houten knuppels en spiegelende zonnebrillen. De brillen maken oogcontact onmogelijk en ontnemen de bewakers hun menselijkheid, waardoor ze makkelijker afstand kunnen nemen van hun daden.

Gevangenen tijdens het Stanford Prison Experiment. Bron: prisonexp.org

Extreme stressreacties

Hoewel het experiment twee weken zou moeten duren, loopt het op de tweede dag al volledig uit de hand. De gevangenen komen in opstand door hun nummers af te trekken en hun cellen te barricaderen met bedden. De bewakers reageren daarentegen wreed; ze gebruiken brandblussers om de opstand neer te slaan en bedenken creatieve manieren om de gevangenen psychologisch te breken. Gevangenen worden gedwongen tot vernederende taken zoals het schoonmaken van toiletten met hun blote handen.

De rollen worden zo dwingend, dat de studenten hun eigen waarden vergeten. Gevangenen veranderen in ‘ontmenselijkte robots’ die alleen nog maar denken aan overleven. Uiteindelijk moeten vijf gevangenen voortijdig worden vrijgelaten vanwege extreme stressreacties.

Pas op het moment dat Christina Maslach, een PhD-studente en Philip Zimbardo’s latere echtgenote, de kelder bezoekt en haar afschuw uitspreekt over de morele achteruitgang, besluit Philip Zimbardo op de zesde dag de simulatie te stoppen.

Wereldberoemd en bekritiseerd

Het Stanford Prison Experiment bereikt al gauw wereldwijde faam. Speelfilms, documentaires en boeken; het idee dat mensen in staat zijn tot vreselijke daden door een verandering van de situatie scoort enorm goed. Philip Zimbardo noemde die transformatie van goede mensen naar kwaadaardige daders het ‘Lucifer Effect’ [2].

De studie van Philip Zimbardo heeft later wel enige kritiek gekregen [3]. Bewakers werden tijdens het experiment namelijk aangemoedigd om extra hard op te treden. Daarbij was de dubbelrol van Philip Zimbardo discutabel; de hoofdonderzoeker moest buiten de simulatie blijven en niet ook de gevangenisdirecteur spelen.

Inrichten van organisaties en beleid

Toch zijn er lessen te halen uit het Stanford Prison Experiment. Ondanks dat de methodiek niet altijd even zuiver was, kun je niet ontkennen dat de studenten wel degelijk kwaadaardig gedrag vertoonden. Het Stanford Prison Experiment toont aan hoe makkelijk een systeem zonder toezicht kan ontwrichten.

Tegenwoordig kunnen we hiermee rekening houden bij het inrichten van organisaties en beleid. Als je een bepaald systeem opzet en van bovenaf stuurt op resultaten zonder rekening te houden met de menselijke maat, dan kan er door degene die je aanstuurt vrij snel onmenselijk gedrag worden vertoond.

De gebeurtenissen in de kelder van Stanford herinneren ons ook aan het belang van ethiek in de wetenschap. Mede door dit experiment zijn er nu strikte regels die proefpersonen beschermen tegen de ambities van onderzoekers.

Over de auteur

Mart Megens

Met zijn ervaring in de journalistiek weet Mart hoe een goed verhaal in elkaar steekt. Op de online redactie van De Gelderlander heeft hij geleerd om content op verschillende manieren te maken. Hij houdt vooral van interviewen, podcasts maken en video’s produceren.

Bronnen

[1] Hock, R. R. (2009). Forty studies that changed psychology: Explorations into the history of psychological research (6de editie). Pearson Education.

[2] Zimbardo, P. G. (2007). The Lucifer effect: Understanding how good people turn evil. Random House.

[3] Bregman, R. (2016, 22 november). De echte les van het beruchte Stanford Prison Experiment: Vertrouwen is sterker dan haat. De Correspondent.

Beeldmateriaal: prisonexp.org

Call to action

Meer weten over dit artikel?

Wij gaan graag hierover met je in gesprek. Deel je vragen en opmerkingen hierover en we nemen zo snel mogelijk contact met je op.

Neem contact op

Onze inzichten en opleidingen brengen je verder