Blog

5 minuten leestijd

Van grapjes naar grensoverschrijding: hoe escaleert gedrag?

Gepubliceerd op16 juni 2026Geschreven doorMaritt Overkamp

Sociale veiligheid lijkt pas een thema te worden als het misgaat. Wanneer er weer een geval van femicide, discriminatie of geweld in het nieuws is, als een televisieprogramma van de buis verdwijnt of zodra een organisatie onder vuur ligt; pas dan volgen er verklaringen, onderzoeken en de belofte dat het anders moet. Maar sociale onveiligheid ontstaat zelden van het ene op het andere moment. Het groeit in kleine, alledaagse momenten die al snel worden weggewuifd als ‘onschuldig’ of ‘niet zo bedoeld’.

Grensoverschrijdend gedrag plaatsen we vaak bij anderen. Toch ontstaat het net zo goed door gedrag dat we zelf vertonen: een grap die net te ver gaat of door een opmerking die iemand kleiner maakt. Juist dat genormaliseerde gedrag bepaalt of sociale veiligheid standhoudt, of langzaam afbrokkelt.

In het gezamenlijke gedragsonderzoek van Motivaction en Behavior Change Group hebben we die ongemakkelijke werkelijkheid centraal gezet. We vroegen mensen welk grensoverschrijdend gedrag zij zélf weleens uitvoeren. Met behulp van een zogeheten Rasch-analyse* brachten we de onderliggende structuur van sociaal onveilig gedrag in kaart. Van grappen en subtiele uitsluiting tot expliciete intimidatie en fysieke agressie.

De gedragsladder

De Rasch-analyse laat ons zien dat sociaal onveilig gedrag een samenhangend patroon is met een duidelijke volgordelijkheid, als een soort gedragsladder. Onderaan staan gedragingen met een lagere drempel die relatief vaker voorkomen. Denk hierbij aan grappen maken over iemands politieke voorkeur, gender of afkomst. Hoger op de ladder staan gedragingen die minder vaak voorkomen, zoals fysiek geweld en (seksuele) intimidatie.

De hiërarchie van sociaal onveilig gedrag

Dit onderzoek toont ons grofweg drie niveaus van sociaal onveilig gedrag.

  1. Onderaan de ladder: het veelal genormaliseerde gedrag
    Dit zijn gedragingen die problematisch en discriminerend zijn, maar wel vaak voorkomen. Grappen maken over religie, politieke voorkeur, geslacht, gender, seksuele voorkeur of afkomst; deze gedragingen staan aan de basis van de gedragsladder.
  2. Het midden: zichtbare grensoverschrijding
    In het middensegment vinden we gedrag dat nog duidelijker over grenzen heen gaat. Bijvoorbeeld doorgaan terwijl iemand aangeeft te willen stoppen, iemand volgen of intimideren, of bewust iemands ruimte beperken.
  3. Bovenaan de ladder: ernstig en zeldzamer gedrag
    De top van de ladder bestaat uit de zwaarste vormen van grensoverschrijding: seksuele intimidatie, betasten of zoenen zonder toestemming, en fysiek geweld. Deze gedragingen worden door een relatief kleine groep gerapporteerd, en staan vrijwel nooit los van de lagere treden.

Voorspellende waarde van 'onschuldig' gedrag

Wat deze ladder confronterend maakt, is dat hij hiërarchisch is. Gedrag hoger op de ladder staat zelden op zichzelf. Wie zich schuldig maakt aan ernstige vormen van grensoverschrijding (zoals intimidatie of fysiek geweld), vertoont vrijwel altijd ook de meer frequente gedragingen lager op de ladder.

In de aanvullende analyses binnen dit onderzoek wordt die samenhang concreet. Bijvoorbeeld: mensen die anderen negatief behandelen op basis van gender, blijken een bijna dertig keer grotere kans te hebben om iemand ook te achtervolgen. En wie grappen maakt over afkomst of huidskleur, heeft een zeven keer zo grote kans om zich ook schuldig te maken aan fysiek geweld, vergeleken met mensen die dit gedrag niet vertonen. Dit betekent niet dat iedereen die zo’n grap maakt uiteindelijk geweld pleegt. Wel laat het zien dat mensen die hoger op de ladder uitkomen, meestal ook de lagere treden betreden.

Dit toont ons dat zware incidenten zelden uit het niets ontstaan. Ze bouwen voort op gedrag dat vaak wordt gebagatelliseerd, genormaliseerd of weggezet als ‘grapje’ of ‘zonder kwade bedoelingen’. Laagdrempelig gedrag onderaan de ladder is dus geen onschuldige achtergrondruis. Het heeft voorspellende waarde. Wanneer kleinerend gedrag, grappen of subtiele uitsluiting niet worden begrensd, verschuift stap voor stap wat acceptabel wordt gevonden. Deze verschuiving gebeurt niet van de ene op de andere dag, maar is een langzaam proces. De gedragsladder laat zien dat preventie niet begint bij de ergste incidenten, maar bij het kleine gedrag dat we vaak laten passeren.

Als we sociale veiligheid effectiever willen stimuleren, vraagt dat dus om een nieuw handelingsperspectief: niet alleen reageren wanneer het escaleert, maar eerder stilstaan bij het gedrag dat we ‘niet zo bedoeld’ noemen. Juist daar, op de laagste treden van de ladder, wordt bepaald hoe stevig of hoe broos sociale veiligheid uiteindelijk is.

Behavior Change Group en Motivaction hebben de handen ineengeslagen om de kracht van Rasch optimaal te benutten. Door onze expertise te combineren, kunnen we gedragsverandering nog effectiever onderzoeken, begrijpen en stimuleren. Benieuwd naar meer over dit onderwerp? Houd onze artikelen in de gaten! Wil je nu al meer weten? Neem dan contact op met Lieke Bos (l.bos@motivaction.nl) of Maritt Overkamp (maritt@behaviorchange.group)

*De Rasch-analyse is een statistische methode die helpt om gedrag op één onderliggende schaal te plaatsen. De analyse laat zien hoe verschillende gedragingen zich tot elkaar verhouden, bijvoorbeeld van makkelijk naar moeilijk. Daarnaast maakt het model zichtbaar waar respondenten zich op die schaal bevinden. Zo wordt zichtbaar welke stappen in gedrag mensen al zetten en welke nog (kunnen) volgen.

Over de auteur

Maritt Overkamp

Maritt combineert haar interdisciplinaire en onderzoeksachtergrond om gedragsvraagstukken creatief en nauwkeurig te onderzoeken. Ze werkt aan complexe thema’s, met de focus op duurzaamheid en circulariteit. Daarnaast richt ze zich binnen Research & Development op het innoveren van gedragsonderzoek. Zo zet ze haar expertise in gedragsverandering in voor een duurzame, eerlijke en veilige samenleving.

Onze inzichten en opleidingen brengen je verder